Dit zijn de belangrijkste voorrangsregels

Foto van Kasper van Eijk
Kasper van Eijk

Contentstrateeg

Dit zijn de belangrijkste voorrangsregels die je in de praktijk echt het vaakst nodig hebt.

 

1. Verkeerslichten gaan voor alles

Als er verkeerslichten zijn, dan is dat het systeem. Groen is rijden, rood is stoppen. En ja, ook als er verder niemand is. En bij een knipperend geel licht geldt meestal: behandel het alsof het een gelijkwaardig kruispunt is. Dus dan kom je weer uit bij de rechts gaat voor.

 

2. Verkeersborden en haaientanden bepalen voorrang

Na verkeerslichten komen de borden.

 

B6: Verleen voorrang

Dat driehoekige bord met rode rand. Zie je dit, dan moet je voorrang geven aan verkeer op de kruisende weg.

 

B7: Stop

Hier moet je echt stoppen. Niet “bijna stoppen”. Niet “ik kijk wel even rollend”. Gewoon stilstaan, en dan pas door als het kan.

 

Haaientanden

Haaientanden op het wegdek betekenen ook: voorrang verlenen. Ze staan meestal samen met een voorrangsbord, maar niet altijd. Zie je haaientanden, dan is het simpel. Jij wacht.

 

En nog iets: als jij haaientanden hebt en de ander niet, dan heeft de ander voorrang. Ook als die ander van rechts komt, van links komt, met een fiets is, of met een tractor. Haaientanden zijn gewoon een duidelijke hiërarchie.

 

Alles over het verkeer in Eindhoven weten? Bij Rijschool Eindhoven Rijles4u leer je alles om je rijbewijs te halen.

 

3. Rechts heeft voorrang op gelijkwaardige kruispunten

Dit is de klassieker die mensen vergeten, vooral omdat veel kruispunten inmiddels geregel zijn met borden. Maar als er geen borden zijn, geen verkeerslichten, geen haaientanden, dan is het een gelijkwaardig kruispunt. En dan geldt: verkeer van rechts heeft voorrang.

 

4. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor

Als jij rechtdoor rijdt en iemand anders slaat af, dan heeft rechtdoor op dezelfde weg meestal voorrang. Dit betekent niet dat je altijd voorrang hebt op kruisend verkeer. Dit gaat echt over situaties waarbij jullie op dezelfde weg rijden en iemand een afslaande beweging maakt die jouw baan kruist.

 

5. Af slaan? Dan voorrang aan voetgangers en fietsers die rechtdoor gaan

Dus jij slaat rechtsaf en naast je rijdt een fietser rechtdoor. Dan moet jij wachten. Ook als jij al half de bocht in zit. Ook als je dacht dat die fietser wel zou remmen. Jij bent degene die kruist.

 

6. Een voorrangsweg is echt een voorrangsweg

Zie je het gele ruit-bord (voorrangsweg), dan zit je op een weg waar jij in principe voorrang hebt op verkeer uit zijwegen. Totdat het bord einde voorrangsweg komt.

 

Veiligheid wint altijd van juridisch gelijk omdat voorkomen beter is dan genezen. Zelfs als jij volgens de regels voorrang hebt, kan het veiliger zijn om iemand die fout zit toch voor te laten gaan om schade of ongelukken te voorkomen.

Tags en Categorieën: